
Jurisprudentie
BC3870
Datum uitspraak2008-01-24
Datum gepubliceerd2008-02-11
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/4456 WUBO
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-02-11
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/4456 WUBO
Statusgepubliceerd
Indicatie
Bezwaar was terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
Uitspraak
07/4456 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[Appellant],
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 24 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 5 juli 2007, kenmerk JZ/P90/2007, ten aanzien van hem genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 december 2007. Daar is appellant, zoals bericht, niet verschenen en heeft verweerster zich laten vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
Blijkens de gedingstukken is appellant, geboren in 1923, op grond van lichamelijke invaliditeit erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wet en als zodanig in aanmerking gebracht voor - onder meer - een periodieke uitkering.
Bij besluit van 6 maart 2007, op gelijke datum aan appellant verzonden, heeft verweerster afwijzend beslist op het door appellant in juni 2006 gedane verzoek om toekenning van voorzieningen ter zake van de kosten verbonden aan uitbreiding van huishoudelijke hulp, tuinonderhoud, chauffeur en een administratieve hulp.
Tegen het besluit van 6 maart 2007 heeft appellant bezwaar gemaakt bij schrijven 20 april 2007, dat op 26 april 2007 bij verweerster is ingekomen.
Bij het bestreden besluit heeft verweerster appellant niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar wegens overschrijding van de voor de indiening van een bezwaarschrift ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldende termijn van zes weken. In dat verband is overwogen dat de door appellant aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet kunnen verontschuldigen, zodat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest in de zin van artikel 6:11 van de Awb.
Ter beantwoording staat de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen partijen in beroep hebben aangevoerd, in rechte kan standhouden. De Raad overweegt als volgt.
Gezien de hierboven weergegeven feiten staat vast dat appellant de bezwaartermijn als bedoeld in artikel 6:7 van de Awb heeft overschreden.
Ter verklaring van de termijnoverschrijding heeft appellant, onder toezending van een doktersverklaring, aangevoerd - samengevat - dat hij veel pijn ondervindt van zijn oorlogsinvaliditeit en als gevolg van zijn geestelijke toestand het hem geheel is ontgaan eerder te reageren.
Naar het oordeel van de Raad heeft verweerster in hetgeen appellant heeft aangevoerd terecht geen grond gezien om de niet-ontvankelijkverklaring met toepassing van artikel 6:11 van de Awb achterwege te laten. Hierbij neemt de Raad in aanmerking dat uit de door appellante overgelegde medische verklaring niet blijkt dat hij heeft verkeerd in een toestand waarin het voor hem niet mogelijk was om - zonodig met behulp van derden - zorg te dragen voor het tijdig indienen van een bezwaarschrift.
Het voorgaande brengt de Raad tot de slotsom dat het bestreden besluit in rechte kan standhouden en het beroep van appellant ongegrond dient te worden verklaard.
De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door G.L.M.J. Stevens. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2008.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) J.P. Schieveen.
HD

